De fabels van Janneke Knispel.

De Fabels van Janneke Knispel

"Fabel" komt van fabula, latijn voor "verhalen of zeggen". En dat zegt eigenlijk precies wat het is. Een fabel wil op een beknopte en eenvoudige manier een verhaal vertellen. Bij de fabels staan vaak afbeeldingen van dieren met menselijke karaktereigenschappen. Door dieren in een verhaal de hoofdrol te laten spelen kun je mensen makkelijker een spiegel voor houden en bewust maken van hun daden zonder persoonlijk te worden. Op de schilderijen van Janneke Knispel is het een beetje anders. Je ziet niet zo zeer dieren, maar eerder mensen met dierlijke kenmerken. Het gaat bij de fabels immers niet om de dieren maar om het menselijke gedrag dat op de dieren wordt geprojecteerd. Janneke maakte haar fabels in een ‘literaire’ stijl, je proeft iets van de verhalen in de schilderstijl. Met wat ‘dichterlijke vrijheid’ hoef je alles niet zo letterlijk te nemen, is er plaats voor een beetje humor en kun je je fantasie de vrije loop laten.

Bij de gewone fabel vertonen dieren menselijk gedrag, dat als basis overeenkomt met een karakter-eigenschap die vaak door mensen aan dieren wordt toegeschreven. Een vos is slim, een uil is wijs, een varken is lui en een ezel is dom. Dit is natuurlijk allemaal door mensen bedacht, want of de vos werkelijk zo slim is valt nog te bezien. En een varken lui…ook dat is maar de vraag. Ironisch genoeg willen mensen zich nogal eens anders voordoen, terwijl dieren nu juist excelleren door zichzelf te zijn. Voor ons mensen ligt het anders, wij hebben nu eenmaal voorbeelden nodig om ons gedrag te spiegelen. We kunnen die karaktereigenschappen dus maar beter bij de dieren weghouden en voor ons zelf reserveren. 

De herkomst van de fabel.

De fabels van de Griekse dichter Aesopos (ca 620-560v Chr.) zijn bekend om hun personificatie waarin de dieren zich gedragen als mensen. Volgens Aristoteles was Aesopos een Thracische slaaf. Daarom wordt verondersteld dat veel van zijn fabels van Thracische oorsprong zijn. Thracië ligt in Oost Griekenland bij Macedonië. Ook Spartacus en Orpheus waren Thraciërs. De Romeinse dichter Phaedrus was een vermaard fabeldichter. Ook hij was een Thracische slaaf. Phaedrus werd als jonge man gebracht naar het hof van Keizer Augustus, die hem de vrijheid schonk. Tijdens de regering van Keizer Tiberius begon hij met het bewerken van de fabels van Aesopos en bracht daarmee de fabel in de latijnse literatuur. Ook een Nederlandstalige schrijver werd in de middeleeuwen door de fabels geïnspireerd. De schrijver bleef anoniem maar het boek kreeg de naam Esopet, en vewijst waarschijnlijk naar Aesopos. 

De fabel was niet alleen bekend bij de Grieken en de Romeinen, ook in het Oosten waren er veel Chinese, Indiase en Perzische vertellers. Deze fabels werden door de Arabieren naar Spanje gebracht en vervolgens vertaald in het Frans. In de Franse ‘salons’ waren nogal wat mensen aanwezig die door verre landen hadden gereisd en daar graag verslag van deden. Zo kwam Jean de La Fontaine in aanraking met de fabels uit andere beschavingen. De fabels van deze 17e-eeuwse Franse dichter zijn voor een groot deel op de fabels van Aesopos gebaseerd. ‘Les Fables’ is een verzameling van 243 fabels geschreven in dichtvorm. De meeste fabels hebben dieren met menselijke eigenschappen als onderwerp en hebben een moraal. Het eerste deel van de verzameling fabels werd in 1668 gepubliceerd en opgedragen aan koning Lodewijk de Veertiende van Frankrijk. Jean de La Fontaine is in zijn voorwoord gepast bescheiden. Hij schrijft dat hij de verhalen van zijn voorgangers heeft willen vernieuwen door ze te herschrijven in dichtvorm in een verfijndere stijl. Voor hij kwam met de uitgave van zijn ‘Fables’ werden de fabels gezien als van mindere literaire kwaliteit. 

Jean de la Fontaine nam in zijn boeken ook verhalen uit de Panchatantra op. Deze verhalen zouden zijn geschreven door een Brahmaan genaamd Bidpai of Pilpay. De Panchatantra werd oorspronkelijk in het Sanskriet geschreven en is waarschijnlijk een van meest vertaalde, bewerkte en wijdst verspreide   literaire uitingen ter wereld. De Panchatantra kent ongeveer tweehonderd versies in vijftig verschillende talen.

 In Rusland worden de fabels van de 19e-eeuwse schrijver Ivan Krylov zeer gewaardeerd. Krylov schreef meer dan 200 fabels. Ook hij werd geïnspireerd door Aesopos en Jean de la Fontaine maar gaf er ook een eigen wending aan. Bij hem gaan de fabels verder dan verhalen over menselijk sociaal gedrag. Tekortkomingen in de Russische samenleving en zelfs de veldtocht van keizer Napoleon komen aan bod. De inhoud van zijn fabels lag tijdens zijn leven nog te gevoelig. Na zijn dood bleven er nog steeds fabels van hem verschijnen. Door zijn toedoen werd de fabel dus ook een middel om je maatschappelijk kritisch te uiten.